Posts tonen met het label poëzie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label poëzie. Alle posts tonen

vrijdag 25 maart 2016

Goedevrijdagregen

Regen, regen sinds de avond
als een beving door de lucht
regen, tot aan het derde uur
ijsgrauw boven daken
tussen de muren en de dode
vlakte van steen
waar grauwe, bruinige sneeuw
langzaam wordt tot leverwater
dus de dode rat wordt zichtbaar
en de sigarettenpeuken en de gebroken kam worden zichtbaar
en de drie lucifers bij de muur worden zichtbaar
en de worstebroodservetjes en het groene
bioscoopkaartje worden zichtbaar
en vormen een magisch figuur, als een sterrenbeeld op water
en verdwijnen in de afvoerbuis met een langzame kreet
en vermengen zich met het piepen van een leeuwerik
die de kinderen vonden in de struiken
en de ogen uitstaken met stokjes
want het is ons.
Vertaling van Rolf Jacobsen: Langfredagsregnet
oorspronkelijk verschenen in de bundel Stillheten efterpå, Gyldendal, 1965.
Vertaling: Karin Swart-Donders en Dorine van der Linden

Een aantal jaren geleden hielp ik Karin van Dagreis een aantal gedichten te vertalen/herdichten van het noors in het nederlands. Bovenstaand gedicht is er een van.



Goede vrijdag !

maandag 2 januari 2012

9e kerstdag


Spleen


Ik zit mij voor het vensterglas onnoemelijk te vervelen

Ik wou dat ik twee hondjes was, dan kon ik samen spelen.

Godfried Bomans

vrijdag 22 april 2011

Goede Vrijdag-regen

GOEDE VRIJDAG-REGEN
Regen, regen sinds de avond
als een trilling door de lucht,
regen, tot aan het derde uur
ijsgrauw boven daken 
tussen de muren en de gestorvene
vlakte van steen 
waar grauwe, bruinige sneeuw 
langzaam tot sneeuwwater wordt
en de dode rat wordt zichtbaar
en de sigaretpeuken en de kapotte kam worden zichtbaar
en de drie lucifers bij de muur worden zichtbaar
en worstenbroodservetjes en het groene 
bioscoopkaartje worden zichtbaar
en vormen een magisch figuur, als een sterrenbeeld op water
en verdwijnen  in de afvoerbuis met een stille kreet
en mengen zich met het piepen van een leeuwerik
die kinderen vonden in 't groen
en de ogen uitstken met stokjes
want zo zijn wij
want het is lente.


Samen met haar van dagreis vertaalde ik zo'n jaar geleden een noorse gedicht van Rolf Jacobsen: Langfredagsregnet dat oorspronkelijk verscheen in de bundel Stillheten efterpå, Gyldendal, 1965. Nu op Goede Vrijdag publiceer ik het ook maar eens hier. En voor liefhebbers volgt hier het oorspronkelijke gedicht.

LANGFREDAGSREGNET
Regn, regn siden aftenen
som en skjelving gjennem luften,
regn, frem til den tredje time
isgrått over takene
mellem murene og den døde
sletten av sten
der grå og brunaktig sne
langsomt blir til levret vann
så den døde rotten kommer frem
og sigarettstumpene og den brukne kammen kommer frem
og de tre fyrstikkene ved muren kommer frem
og pølsepapirene og den grønne
kinobilletten kommer frem
og danner en magisk figur, som et stjernebilde på vannet
og forsvinner i avløpsrøret med et langsom tut
og blander seg med pipet fra en lerke
som ungene fant i krattet
og stakk øynene ut på med pinner
for det er vår.

donderdag 15 juli 2010

Eb


Eb

Ik trek mij terug en wacht.
Dit is de tijd die niet verloren gaat:
Iedere minuut zet zich in toekomst om.
Ik ben een oceaan van wachten,
waterdun omhuld door 't ogenblik.
Zuigende eb van het gemoed,
dat de minuten telt en dat de vloed
diep in zijn duisternis bereidt.
Er is geen tijd. Of is er niets dan tijd?

-Vasalis

woensdag 30 juni 2010


Wellicht zijn alle draken in ons leven
Uiteindelijk wel prinsessen die in angst en beven
Er slechts naar haken
Ons eenmaal dapper en schoon te zien ontwaken
Wellicht is alles wat er aan verschrikking leeft
In diepste wezen wel niets dan anders
Dan iets dat onze liefde nodig heeft.

-Rainer Maria Rilke-

zaterdag 24 april 2010



I am a feather on the bright sky
I am the blue horse that runs in the plain
I am the fish that rolls, shining, in the water
I am the shadow that follows a child
I am the evening light, the lustre of meadows
I am an eagle playing with the wind
I am a cluster of bright beads
I am the farthest star
I am the cold of the dawn
I am the roaring of the rain
I am the glitter on the crust of the snow
I am the long track of the moon in a lake
I am a flame of four colors
I am a deer standing away in the dusk
I am a field of sumac and pomme blanche
I am an angle of geese in the winter sky
I am the hunger of a young wolf
I am the whole dream of these things

You see, I am alive, I am alive
I stand in good relation to the Gods
I stand in good relation to the earth
I stand in good relation to everything that is beautiful...
You see, I am alive, I am alive

Navarre Scott Momaday

zaterdag 13 februari 2010

Mislukt ?


De mislukte fee

Er was er 's een moeder-fee.
En had ze kindertjes? Ja, twee.
Twee kleine feeënkindertjes
met vleugeltjes als vlindertjes.
Ze waren beiden mooi en slank,
maar 't ene kind was lelieblank,
zoals de feetjes wezen moeten
en 't andere kind zat vol met sproeten.

De moeder was heel erg ontdaan.
Ze waste 't kind met levertraan,
met katjesdauw, met tijgermelk,
ze doopte 't in een bloemenkelk,
maar 't hielp geen steek, o nee, o nee,
het was en bleef een sproetenfee.

M'n dochter, zei de moeder toen,
nu kan ik niets meer aan je doen.
Je bent als fee (zacht uitgedrukt)
volledig en totaal mislukt.

Ga naar de koning Barrebijt
en zeg daar: Uwe Majesteit,
m'n moeder doet de groeten.
Ik ben een fee met sproeten.

Wellicht neemt koning Barrebijt
je dan in dienst als keukenmeid.
Die man heeft altijd wel ideeën
voor min of meer mislukte feeën.

Het feetje ging direct op weg.
Het sliep 's nachts in de rozenheg
en 't prevelde de hele tijd:
O sire, Uwe Majesteit,
m'n moeder doet u de groeten.
Ik ben een fee met sproeten.

En toen ze aankwam in de stad
stond ze te trillen als een blad.
De koning opende de deur
en zei: Gedag, waar komt u veur?

En wit van zenuwachtigheid
zei 't feetje: Uwe Majesteit,
m'n moeder doet de groeten.
Ik ben een spree met foeten.

Wel, sprak de koning heel beleefd,
ik zie wel dat u voeten heeft,
maar u bent, op mijn oude dag,
de eerste spree die ik ooit zag.

Toen heeft hij dadelijk gebeld
en 't hele hof kwam aangesneld.
De koning zei: Dit is een spree.
Iets héél bijzonders. Geef haar thee
en geef haar koek. En geef haar ijs.
Ze blijft hier wonen in 't paleis.

Nu woont het feetje al een tijd
aan 't hof van koning Barrebijt
en niet als keukenmeid, o nee!
Ze is benoemd tot opperspree.

Ze heeft een gouden slaapsalet
en gouden muiltjes voor haar bed.
En alle heren aan het hof
die knielen voor haar in het stof.
Waaruit een ieder weer kan lezen
dat men als fee mislukt kan wezen,
maar heel geslaagd kan zijn als spree.
Dit stemt ons dankbaar en tevree.

Annie M.G. Schmidt